De Hurrieten,, Een kennismaking met de Oude Wereld (2004) 34. Bussum: Uitgeverij Coutinho. Choerrieten, Khurrieten,Art. Hittites, in The Columbia Encyclopedia6 (2001-05). Horit, Horim of Hurri waren een volk uit het oude Nabije Oosten, dat vanaf ongeveer 2500 v.Chr. in het noorden van Mesopotamië en de nabijgelegen gebieden ten oosten en westen daarvan leefde.

Vermoedelijk waren zij oorspronkelijk uit de Kaukasus afkomstig en drongen vanuit het noorden Mesopotamië binnen, maar zeker is dat niet. Historisch kwamen ze uit Subar, de Khaburvallei, en vestigden zich later als heersers van de kleine koninkrijken in Noord-Mesopotamië en -Syrië.

De grootste en invloedrijkste Hurritische natie was vanaf ca. 1500 v.Chr. het koninkrijk van de Mitanni.

De Hurrieten speelden een wezenlijke rol in de geschiedenis van de Hettieten, die ongeveer 500 jaar later, rond ca. 2000 v.Chr., in Anatolië opdoken. thumb|500px|

thumb|500px|Situatiekaart ten tijde van de Hurrieten Geschiedenis Waar de Hurrieten vandaan kwamen is onzeker. Omstreeks 2300 v.Chr. hadden ze zich waarschijnlijk verbreid vanaf de uitlopers van de Kaukasus. In de eeuwen daarna duiken Hurritische namen sporadisch op in het noorden van Mesopotamië en de streek rond Kirkoek in het moderne Irak. Hun aanwezigheid is aangetoond bij Nuzi, Urkesh en andere sites. Uiteindelijk bezetten ze een wijde boog vruchtbaar akkerland dat zich uitstrekte van het dal van de Khabur tot de uitlopers van het Zagrosgebergte. Hettietische kronieken zinspelen rond 1500 v.Chr. op meerdere Hurrietische staten dan enkel Mitanni, en op verdragen met hen.

Oorsprong Uit het feit dat de koningen van Mitanni geen Hurrietische maar Indo-Europese namen droegen en dat bovendien de oude Indo-Arische godenIndra, Mithra, Varuna werden vereerd, denken sommige geleerden dat zij door een Indo-Arische minderheid van strijders en koningen geleid werden.W.F. Saggs, The Greatness that was Babylon, Praeger, New York, 1968. Volgens archeoloog GurneyO.R. Gurney, The Hittites, Penguin, 1952. zou de herkomst van deze Indo-Arische halfnomaden Noord-Iran zijn. Hij meldt dat deze zich sinds ca. 2300 v.Chr. geleidelijk naar het zuiden en het westen verspreidden vanuit hun hoofdplaats in de bergstreek ten zuiden van de Kaspische Zee, en dat ze zich gedurende het 2e millennium tot machtige koninkrijken organiseerden in de nabijheid van de bovenloop van de Eufraat en de Khabur.

De stadstaat Urkesh Het dal van de Khabur vormde duizend jaar lang het hart van het land van de Hurrieten. Het eerste bekende Hurritische koninkrijk ontstond aan het eind van het 3e millennium v.Chr. rondom de stad Urkesh. Het einde van het Akkadische rijk stelde de Hurrieten daar in staat controle over dit gebied te verwerven. De streek was lange tijd middelpunt van rijke culturen (zie Tell Halaf en Tell Brak). Nu konden de Hurrieten daarvan profiteren en er hun eigen hoogontwikkelde stadstaat organiseren.

De stadstaat van Urkesh had echter machtige buren. Ergens aan het begin van het 2e millennium v.Chr. werd Urkesh dan ook een vazalstaat van het zuidelijker gelegen Amoritische koninktijk van Mari. In een voortdurende machtsstrijd om Mesopotamië maakte zich in de 18e eeuw v.Chr. een andere Amoritische dynastie meester van Mari. De hoofdstad van dit Oud-Assyrische koninkrijk, Shubat-Enlil geheten, werd op enige afstand van Urkesh gesticht bij een andere Hurritische nederzetting in het dal van de Khabur.

De Hurrieten hadden zich intussen in het 2e millennium v.Chr. vrijwel overal in het oude Nabije Oosten verspreid gevestigd. Vanaf 1800 dreven ze langzaam een wig tussen Assyrië en Anatolië.dr. Margarete Riemschneider, dr. Helmuth Th. Bossert (Ed.), Grote curluren der Oudheid - De wereld der Hethieten, p. 27 Toch waren ze in de meeste delen slechts een minderheid onder de bevolking. Een Hurrietische bevolkingsmeerderheid bestond enkel in de Khaburvallei en in het koninkrijk van Arrapha. Zij hadden zeer nauw contact met de Luwiërs, die eveneens met de Hettieten in nauw contact waren.

Het koninkrijk van Yamhad en Kizzuwatna thumb|275px|Syrië in het tweede millennium v.Chr., met o.m. de locatie van Urkesh en Alalakh

De Hurrieten trokken in deze periode ook naar het westen. Tegen 1725 v.Chr. worden ze aangetroffen in het noorden van Syrië, zoals in Alalakh. De Hurrieten vestigden zich ook in de kuststreek van Adaniya in het land van Kizzuwatna, rijk aan obsidiaan- en zilvermijnen. In de machtsstrijd tussen de Hettieten en het Hurritisch koninkrijk van Mitanni werd Kizzuwatna een gewilde partner vanwege de strategische ligging.

Over het Amoritisch-Hurritische koninkrijk Yamhad is geschreven dat het omstreeks 1600 v.Chr. met de Hettitische koning Hattusilis I om dit gebied streed. Yamhad bezweek uiteindelijk voor de machtige Hettieten, maar dat opende ook de weg voor de culturele invloeden van de Hurrieten. De Hettieten werden gedurende enkele daarop volgende eeuwen door de Hurritische cultuur beïnvloed.

Na de val van Yamhad zetten de Hettieten hun expansie naar het zuiden voort. Het leger van de Hettitische koning Mursili I drong door tot Babylon en plunderde de stad.

De opkomst van Mitanni thumb|350px|Het Nabije-Oosten circa 1400 v.Chr. met het Koninkrijk Mitanni op zijn grootst.

De vernietiging van Babylon en Yamhad droeg bij aan de opkomst van een andere Hurritische dynastie. De stichting van het koninkrijk Mitanni had plaats onder een Indo-Arische aristocratie nabij Harran. De eerste heerser was een legendarische koning genaamd Kirta, die omstreeks 1500 v.Chr. het koninkrijk Mitanni vestigde. Gedurende de 18e dynastie van Egypte (1530-1300 v.Chr.) werden eerst Hurritische en later Hettitische prinsessen als bijvrouwen voor de farao naar Egypte gestuurd.

Mitanni groeide geleidelijk vanuit het dal van de Khabur en werd tussen ca. 1450 en 1350 v.Chr. het machtigste koninkrijk van het Nabije Oosten. De lichte strijdwagens, een Indo-Arische uitvinding die na 1800 v.Chr. algemeen werd, konden deze Hurrieten heel goed besturen, en ze gebruikten een composietboog (uit hoorn gecombineerd met hout in meerdere lagen) waartegen het invoeren van bronzen beschermplaten voor man en paard nodig werd.

De Hurrieten, die tot dan in Syrië bekend waren, doken nu ook op in Palestina, zoals blijkt uit sporen van hun taal in een Egyptisch archief en Palestijnse kleitabletten. Sedert de regering van Muwatalli I duiken Hurrietische namen op in de koninklijke familie van de Hettieten, en ook nieuwe godennamen.

Het rijk van Arrapha Ook een ander Hurritisch koninkrijk profiteerde van de ondergang van de Babylonische grootmacht in de 16e eeuw v.Chr. Er woonden al Hurrieten in de streek ten noorden van de Tigris, om wat nu de stad Kirkoek is. Dit was het koninkrijk van Arrapha. Opgravingen bij Yorgan Tepe, het oude Nuzi, leverden een van de belangrijkste sites op voor onze kennis over de Hurrieten. Hurritische koningen zoals Ithi-Teshup en Ithiya heersten over Arrapha, maar tegen het midden van de 15e eeuw v.Chr. waren ze vazallen geworden van de Grote Koning van Mitanni. Arrapha zelf werd in de 14e eeuw v.Chr. verwoest door de Assyriërs.

Het einde van de Hurrieten Tegen de 13e eeuw v.Chr. waren alle Hurritische staten overwonnen door andere volken. Het hart van het land van de Hurrieten, het dal van de Khabur, werd een Assyrische provincie. Het is niet duidelijk wat er aan het eind van de bronstijd met het Hurritische volk gebeurd is. Volgens sommige onderzoekers woonden de Hurrieten aan het begin van de ijzertijd in het land Subria ten noorden van Assyrië.

De Hurritische bevolking van Syrië schijnt in de volgende eeuwen haar taal te hebben ingeruild voor een Assyrisch dialect van het Akkadisch, of het Aramees. In ongeveer dezelfde periode schijnt een Urartisch (een taal die lijkt op oud-Hurritisch) sprekende aristocratie de toenmalige bevolking van de streek rond het Vanmeer te hebben onderworpen, waarmee het koninkrijk Urartu ontstond. Tegen het 1e millennium v.Chr. hadden de Hurrieten zich overal met andere volkeren vermengd, behalve misschien in het koninkrijk van Urartu.

Naam De naam wordt soms in verband gebracht met het Iraanse woord hara dat 'berg' betekent, evenals het Hebreeuwse har en het Akkadische hur (zoals in Ninhursag, de Godin van de Berg). Dit zou betekenen dat het oorspronkelijk om een bergvolk zou gaan.

Een andere verklaring wordt aangereikt vanuit het Sanskriet-woord hari, dat 'gouden' betekent. Dit predicaat wordt gewoonlijk met Indra in verband gebracht, de god van de bergen.

Beide woordgroepen samen verwijzen mogelijk naar een vroeger idee van "een gouden berg", een gebied van eeuwig licht, waar de Indo-Europese voorouders verondersteld werden na hun dood te verblijven. Het is een beeld dat onder meer wordt weergegeven in dat van de latere Ahoera in zijn stralend verblijf boven op de berg Hara. Dit doet eveneens denken aan de berg Horeb van Mozes. In de Tenach wordt over hen gerapporteerd als 'Horiten' of 'Hivieten', en mogelijk ook 'Jebusieten'.Magnussen, M. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 48

Taal De Hurrieten spraken een ergatief-agglutinerende taal, het Hurritisch, dat niet verwant was met de naburige Semitische of Indo-Europese talen, maar wel duidelijk verwant was met het Urartisch en mogelijk verre familie was van de hedendaagse Noordoost-Kaukasische talen.

Omstreeks 2000 v.Chr. namen de Hurrieten het Akkadische spijkerschrift over als het officiële Hurritische schrift. Aan deze overgang is het te danken dat men tegenwoordig de Hurritische geschriften kan lezen. In het Hurritisch werden ook logogrammen uit het Soemerisch gebruikt, waarvan onderzoekers tegenwoordig de Hurritische uitspraak niet kennen. Daardoor is het Hurritisch nog lang niet helemaal ontcijferd, en zitten er veel leemten in de hedendaagse kennis van de Hurritische woordenschat.

Teksten in het Hurritisch zijn gevonden in Hattusa, Emar Les textes hourrites de Meskéné/Emar (2 Volumi), Analecta Orientalia 57/I, 2015, en Ugarit. De belangrijkste vondst met betrekking tot het Hurritisch was een van de langste Amarna-brieven, geschreven door koning Tushratta van Mitanni, aan farao Amenhotep III. Tot de vondst van een verzameling, van een Hettitische vertaling voorziene, Hurritische tabletten in Hattusa in 1983 was dat het enige bekende lange in het Hurritisch geschreven geschrift.

Naast grammaticale overeenkomsten komen er nog veel Hurritische woorden voor in het huidige Koerdisch.

Cultuur en maatschappij De kennis over de Hurritische cultuur berust op archeologische opgravingen bij plaatsen zoals Nuzi en Alalakh en op spijkerschrifttabletten, vooral die uit Hattusa (Boghazköy), de hoofdstad van de Hettieten, want de Hurrieten hadden veel invloed op de Hettitische beschaving. Tabletten uit Nuzi, Alalakh en andere steden met een Hurritische bevolking (wat blijkt uit namen van personen) onthullen ook Hurritische culturele invloeden, zelfs al zijn ze in het Akkadisch geschreven. Hurritische rolzegels werden zorgvuldig uitgesneden en bevatten vaak mythologische motieven. Ze vormen een sleutel tot het begrip van de Hurritische cultuur en geschiedenis.

Keramiek De Hurrieten waren uitstekende pottenbakkers. Hun keramiek wordt overal in Mesopotamië en in de landen ten westen van de Eufraat aangetroffen; in Egypte werd het tijdens het Nieuwe Rijk zeer gewaardeerd. Archeologen gebruiken de termen Khabur ware en Nuzi ware voor het op een pottenbakkerswiel gemaakte Hurritische aardewerk. Het wordt gekenmerkt door decoraties van rode, soms bruine of zwarte geschilderde lijnen in een geometrisch patroon en stippen.

Metallurgie