Where Eagles Dare is een Britse actiefilm uit 1968 van Brian G. Hutton met in de hoofdrollen Richard Burton en Clint Eastwood.

Het script voor 'Where Eagles Dare' werd geschreven door Alistair MacLean die later zijn eigen scenario zou bewerken tot een roman. Where Eagles Dare is dus niet, zoals veel mensen denken, een verfilming van een roman.

'Where Eagles Dare' was destijds een enorm bioscoopsucces. De film maakte een winst van $7,1 miljoen en is intussen een klassieker in het oorlogsgenre geworden. Ook de critici waren enthousiast en dat is opmerkelijk, aangezien 'Where Eagles Dare' geen enkel raakvlak met de realiteit heeft. Niet alleen is het verhaal volledig fictief, de film wordt ook wat vormgeving en historische details betreft als zeer onwaarschijnlijk beschouwd. Juist vanwege het hoge kitsch-gehalte heeft de film intussen een cult-status verworven.

Verhaal

Het is begin 1944, een groepje Britse commando's is voor een gevaarlijke missie bijeengebracht door admiraal Rolland, hoofd van MI-6. Het groepje dat onder leiding staat van majoor John Smith krijgt een briefing van kolonel Wyatt Turner. Het doel van de missie is de bevrijding van brigadegeneraal George Carnaby. De Amerikaanse generaal is een van de officieren die nauw is betrokken bij de planning van D-day, de invasie in Normandië, Frankrijk. Zijn vliegtuig werd neergeschoten boven Kreta en Carnaby is opgesloten in Schloss Adler, het hoofdkwartier van de Duitse Abwehr (geheime dienst) in Beieren. Schloss Adler is gebouwd op de top van een berg en alleen bereikbaar met een kabelbaan. De commando's zullen in de Alpen worden gedropt met de opdracht Carnaby te bevrijden voor hij doorslaat en de geheime plannen rond de invasie verraadt. Een officier van de Amerikaanse commando's (de Rangers), luitenant Morris Schaffer, is aan het team toegevoegd.

Het team wordt gedropt en al snel beginnen de problemen. Twee teamleden worden vermoord en het is Smith al snel duidelijk dat er een Duitse agent in het team is geïnfiltreerd. Maar ook majoor Smith lijkt een dubbele agenda te hebben. Zonder dat de overige commando's het weten werkt hij samen met een vrouwelijke Britse spion, Mary Ellison, die zal infiltreren in Schloss Adler. In de lokale kroeg wordt het team opgemerkt en gearresteerd. Smith en Schaffer worden als officier gescheiden van de overige drie overgebleven teamleden, Thomas, Berkeley en Christiansen. Als ze worden weggevoerd weten Smith en Schaffer hun belagers te doden en een wapendepot op te blazen. Met behulp van de kabelbaan weten beide mannen het kasteel binnen te dringen. Ze worden hierbij geholpen door Mary en een andere agente Heidi. Mary is aangesteld als kamermeisje en trekt de aandacht van Gestapo-officier Majoor Von Hapen, die zeer met haar is ingenomen. Intussen weten Schaffer en Smith door te dringen tot de kamer waar Carnaby wordt verhoord door kolonel Kramer van de SS. Net op het moment dat Smith en Schaffer de wachten hebben overmeesterd en de zaak onder controle hebben, richt Smith zijn wapen op de Amerikaanse luitenant. Hij maakt zich bekend als majoor Johann Schmidt van de SS-inlichtingendienst. De stomverbaasde Kramer krijgt te horen dat Carnaby niemand anders is dan korporaal Cartwright Jones, een acteur die op de echte Carnaby lijkt. Ook ontmaskert hij de eveneens aanwezige Thomas, Berkeley en Christiansen als Britse dubbelagenten die zich voordoen als Duitse spionnen, maar in werkelijkheid voor MI-6 werken. Om ze te testen moeten Thomas, Berkeley en Christiansen de namen van hun handlangers in Engeland opgeven aan Smith/Schmidt. De laatste onthult dat de hele operatie is opgezet door MI-6 om aan de namen van de Duitse spionnen in Engeland te komen en dat hij, Smith/Schmidt dit moest dwarsbomen.

Intussen zit Mary in de problemen. Von Hapen ruikt lont en ontmaskert haar. De Gestapoman weet nu dat het kasteel is geïnfiltreerd en loopt met getrokken pistool de verhoorkamer binnen en stoort Schmidt/Smith tijdens diens toespraak. De laatste geeft zich over en alles lijkt verloren. Maar dan komt Mary binnen. Von Hapen wordt afgeleid en vervolgens doodgeschoten door Schaffer. Hoewel Schaffer nog altijd in de war is over Smiths plotselinge ommezwaai, begrijpt hij nu dat de laatste echt voor MI-6 werkt. Ze binden de handen van Thomas, Berkeley en Christiansen vast op hun rug en voeren ze mee. Mary en Heidi hebben overal explosieven neergelegd en Schaffer vult dat nog hier en daar aan. Terwijl het groepje van Smith zich een weg vecht naar de kabelbaan, wordt Thomas gedood. De rest bereikt de kabelbaan. Daar weten Berkeley en Christiansen Schaffer te verrassen. Ze slaan hem bewusteloos en vluchten met de kabelbaan. Maar Smith springt op de kabelliftcabine en weet de twee verraders uit te schakelen. Smith, Schaffer en de meisjes keren terug naar het dal en vluchtten met een bus naar hun rendez-vouspunt. Ze worden opgehaald door kolonel Turner die landt met een vliegtuig. Aan boord van het vliegtuig vertelt Smith plotseling dat hij inmiddels te weten is gekomen dat Turner de echte verrader is, de mol binnen MI-6. De hele operatie was opgezet om hem en zijn maatjes Thomas, Berkeley en Christiansen te ontmaskeren. Turner richt zijn stengun op Smith, maar het blijkt dat admiraal Rolland uit voorzorg het wapen onklaar heeft gemaakt. Hierop springt Turner, zonder parachute, uit het vliegtuig.

Rolverdeling

| Richard Burton || Majoor John Smith |- | Clint Eastwood || Luitenant Morris Schaffer |- | Mary Ure || Mary Ellison |- | Patrick Wymark || Kolonel Wyatt Turner |- | Michael Hordern || Vice-Admiraal Rolland |- | Donald Houston || Kapitein Olaf Christiansen |- | Peter Barkworth || Kapitein Ted Berkeley |- | William Squire || Kapitein Lee Thomas / Korporaal Cartwright Jones |- | Robert Beatty || Brigade-generaal George Carnaby |- | Brook Williams || Sgt. Harrod |- | Neil McCarthy || Sgt. Jock MacPherson |- | Vincent Ball || Vliegcommandant Cecil Carpenter |- | Anton Diffring || Kolonel Paul Kramer |- | Ferdy Mayne || Generaal Julius Rosemeyer |- | Derren Nesbitt || Gestapo-Majoor Von Hapen |- | Victor Beaumont || Luitenant-kolonel Weissner (onvermeld) |- | Ingrid Pitt || Heidi Schmidt |- | Guy Deghy || Majoor Wilhelm Wilner (onvermeld) |- | Ferdy Mayne || Rosemeyer |- | Olga Lowe || Anne-Marie Kernitser (onvermeld) |- | Derek Newark || SS-officier (onvermeld)

Titelverklaring De titel voor de film komt uit het toneelstuk Richard III van William Shakespeare (Akte 1, Scene 3) "The world is grown so bad, that wrens make prey where eagles dare not perch". Het slaat ook op Schloss Adler, een kasteel op de top van een berg, waar alleen adelaars durven te komen.

Voorgeschiedenis In 1968 zat de carrière van Richard Burton in het slop. Zijn laatste drie films The Comedians (1967), Doctor Faustus (1967), Boom! (1968) waren geflopt en Burton zocht een project dat hem weer terug kon brengen in de top van Hollywood, een blockbuster. Burton voelde veel voor een ouderwetse rechttoe rechtaan actiefilm. Hij benaderde producent Elliott Kastner die beloofde voor hem uit te kijken naar een goed project. Kastner was onder de indruk geweest van de film The Guns of Navarone uit 1961. De film was gebaseerd op de gelijknamige roman van Alistair MacLean. Ook andere boeken van MacLean waren inmiddels verfilmd en Kastner bedacht dat er best een verhaal tussen kon zitten voor Burton. Eigenlijk wilde hij een verhaal dat leek op The Guns of Navarone over een klein team commando's met een onmogelijke opdracht. Hij benaderde de schrijver en vroeg of de schrijver ook een origineel scenario kon schrijven. MacLean nam de opdracht aan. Voor de financiering onderhandelde Kastner met de Amerikaanse overheid. Door de tegenslagen van de Vietnamoorlog (die in 1968 woedde) was het imago van het Amerikaanse leger aanzienlijk gedaald. Een heldhaftige oorlogsfilm kon dit imago weer opkrikken. Het Amerikaanse leger stelde ook een aantal Amerikaanse soldaten ter beschikking aan de filmploeg voor figuratie. Het betrof militairen die voor een training in Oostenrijk waren.

Scenario

Alistair MacLean begon aan het scenario en werkte gelijktijdig aan de gelijknamige roman. Het was zijn eerste scenario en hij slaagde erin om het in zes weken te voltooien. Het verhaal lijkt verdacht veel op het verhaal van The Guns of Navarone, waar ook een groepje commando's een onmogelijke opdracht krijgt en wordt gedropt in vijandelijk gebied. Overal schuilt verraad en er zijn vaak vreemde en soms zelfs onwaarschijnlijke plotwisselingen. MacLean zou dit thema nogmaals gebruiken in de roman Force 10 from Navarone. De roman die MacLean tegelijk met het scenario schreef kwam eerder uit dan de film. Het boek kwam uit in 1967 en de film in 1969. Hierdoor ontstond het idee dat de film een bewerking is van de roman, terwijl het omgekeerde het geval is. Hoewel boek en film hetzelfde verhaal hebben zijn er toch verschillen. In het boek wordt meer uitgelegd over de motivatie van de actie en wordt ook veel minder geweld gebruikt. Zo wordt in het boek met veel inspanning een Duitse soldaat gered, terwijl in de film het personage Schaffer alleen al vierenvijftig slachtoffers maakt. In totaal komen er in de film zo'n honderd man om.

Casting Over de keuze van Richard Burton voor de rol van majoor Smith was er geen discussie. MacLean had in opdracht van Kastner het personage geschreven met Burton in gedachten. Burton was dan ook de ster van de film, hij kreeg 1,2 miljoen dollar voor zijn rol en stond bovenaan de affiches. De tweede ster, Clint Eastwood, die de rol van Schaffer speelde kreeg 800.000 dollar. Overigens was het geen gelopen race dat Eastwood werd geselecteerd als Schaffer. De rol werd eerst aangeboden aan Lee Marvin, maar die had zijn buik vol van het soort film als Where Eagles Dare. Vier jaar daarvoor had hij een rol gespeeld in The Dirty Dozen, ook een oorlogsfilm met een onwaarschijnlijk plot en hij haatte die rol nog steeds. Richard Burton had ook zijn voorkeuren, hij wilde de Amerikaanse acteur Richard Egan gebruiken als Schaffer. Egan was een acteur die grotendeels in B-films optrad en was minder een bedreiging voor Burton dan Eastwood, die inmiddels was opgeklommen in de Hollywood-hiërarchie. Maar Egan werd door Kastner afgewezen.

Productie

Opnames De toen vrij onbekende Brian G. Hutton werd aangetrokken voor de regie. Samen met producent Eliott Kastner begon hij met het zoeken en vastleggen van locaties. De belangrijkste locatie was Schloss Hohenwerfen in Oostenrijk dat model zou staan voor Schloss Adler in de film. Met circa driehonderd medewerkers arriveerden Hutton en Kastner in Salzburg in Oostenrijk en op 2 januari 1968 begonnen de opnames. Amerikaanse militairen op oefening in Oostenrijk deden dienst als figuranten en speelden de rol van Duitse soldaten. De luchtmacht van Zwitserland stelde de Junkers Ju 52 transportvliegtuigen ter beschikking en een aantal T-6 trainingsvliegtuigen van dezelfde luchtmacht werd overgespoten om dienst te doen als Duitse gevechtsvliegtuigen. Het weer was slecht, sneeuwstormen, temperaturen ver onder nul, bevroren, gladde wegen, onverwachte rukwinden en lawines plaagden de filmploeg. Maar dat was niet alles, toen een namaakexplosief te vroeg ontplofte, raakten Hutton, Kastner en andere leden van de filmploeg ernstig gewond. Hutton had brandwonden aan zijn arm. Eind mei 1968 waren de opnames in Oostenrijk afgerond. Vervolgens werd in juni en juli van dat jaar nog gefilmd in de MGM studio's in Elstree.

Specifieke scènes en techniek