Het pand aan de Beilerstraat 10 is een vrijstaand herenhuis aan de Beilerstraat in de Nederlandse stad Assen. Het pand is aangewezen als rijksmonument en valt binnen het beschermde stadsgezicht van Assen. Geschiedenis
Het woonhuis werd gebouwd in opdracht van Lamberta Gerharda Vos, de weduwe van Jan Aldrik Sluis. Zij ontving op 26 maart 1901 van het college van burgemeester en wethouders van Assen toestemming voor de bouw. De kavel was afkomstig uit de tuin van haar kort daarvoor overleden schoonvader Herman Hendrik Adriaan Sluis. Tegelijkertijd liet haar schoonzus op een aangrenzend kaveldeel het pand Beilerstraat 8 verrijzen.
In de gemeentelijke bouwvergunning werd geen architect vermeld. Wel vroeg aannemer Douwe Neisingh toestemming voor het plaatsen van een bouwsteiger voor het pand, wat duidt op zijn betrokkenheid bij de uitvoering. Hoewel Neisingh geregeld ook als ontwerper optrad, achten Kitty Janssen en Anthony Ruijtenbeek in een artikel over architect Jan Smallenbroek een toeschrijving aan Neisingh onwaarschijnlijk vanwege stilistische verschillen met diens overige werk in de directe omgeving welke ook in deze periode werd gebouwd, zoals de panden aan de Kerkstraat 11-13, de Beilerstraat 11 en het Kerkplein 5.
Janssen en Ruijtenbeek schrijven het ontwerp, zij het met terughoudendheid, toe aan Smallenbroek. Zij baseren deze toeschrijving onder meer op de familieband tussen de beide weduwen Sluis en het feit dat het belendende pand Beilerstraat 8 met zekerheid door Smallenbroek is ontworpen. Waar Beilerstraat 8 voor die tijd een vernieuwend karakter had, sluit nummer 10 meer aan bij traditionele, bijna classicistische vormen. Volgens de auteurs vertoont het gebouw sterke overeenkomsten met een eerder door Smallenbroek ontworpen woonhuis aan de Nieuwe Huizen 10 en tonen beide buurpanden aan de Beilerstraat opvallende overeenkomsten in het metselwerk boven de raampartijen. Architectuur
Het pand is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond en telt een bouwlaag met verdieping onder een afgeknot schilddak, gedekt met geglazuurde platte Friese pannen. Stilistisch vertegenwoordigt het gebouw een overgangsstijl waarin elementen uit de neorenaissance en de art nouveau zijn gecombineerd.
De symmetrisch ingedeelde voorgevel telt vijf vensterassen en is voorzien van een gepleisterde plint, hoeklisenen met basement, een cordonlijst en een entablement. De getoogde vensters zijn uitgerust met persiennes en gevat onder hanekammen van verblendsteen.
De centrale as is vormgegeven als een hoger opgaand middenrisaliet. Hier bevindt zich een getoogd ingangsportiek met hanekam en een originele dubbele art nouveau vleugeldeur met smeedijzeren raamijzers, een deels gecanneleerde stolpnaald en een getoogd bovenlicht. Aan weerszijden van de ingangspartij loopt een uitgemetselde band van verblendsteen die overgaat in kraagstukken met houten consoles. Deze consoles, verrijkt met gestileerde plantmotieven, dragen een balkon met een geprofileerde voetplaat en een smeedijzeren hekwerk tussen houten balusters. Op het balkon opent een porte brisée met een getoogd bovenlicht. Boven het balkon loopt de risaliet uit in een tuitgeveltje met een getoogd venster in een spaarveld, geflankeerd door gepleisterde vleugelstukken en bekroond door een segmentboog en een geprofileerde deklijst.
Langs de dakrand loopt aan de voorzijde een met gecanneleerde klampen verrijkt entablement met een geprofileerde gootlijst. Bij de zijgevels en de achtergevel ontbreken deze klampen.
De rechter zijgevel bevat op de bovenverdieping een getoogd T-venster. De linker zijgevel heeft getoogde vensters met persiennes op verschillende hoogten en een getoogd venster met diefijzers. Aan de achterzijde bevinden zich getoogde dubbele deuren met persiennes die aansluiten op een latere uitbreiding. Op het achterdakvlak staat een houten dakkapel met geprofileerde kroonlijst en zinken wangen. Tevens bevindt zich aan de achterzijde een oorspronkelijke, verdiepingloze uitbouw onder een zadeldak, waarin onder meer twee gietijzeren roosvensters zijn geplaatst. Waardering
Het herenhuis is van architectuurhistorische waarde als een representatief en gaaf voorbeeld van burgerlijke woonhuisarchitectuur uit het begin van de twintigste eeuw. Daarnaast bezit het pand ensemblewaarde als onderdeel van de representatieve bebouwing aan de Beilerstraat, die herinnert aan de welstandsgroei van de gegoede burgerij in Assen rond de eeuwwisseling.
Zie ook Lijst van rijksmonumenten in Assen
Categorie:Rijksmonument in Assen Categorie:Woning in Assen Categorie:Bouwwerk van Jan Smallenbroek