thumb|Affiche van de afdeling Amsterdam van de SDB tentoongesteld in het Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum in Heerenveen thumb|Herdenkingssteen in Groningen De Sociaal-Democratische Bond (SDB) was de eerste partij op socialistische grondslag in Nederland. Zij werd in 1881 opgericht door Ferdinand Domela Nieuwenhuis.Archief SDB, Internationaal Instituut voor Sociale GeschiedenisK. Vorrink, Een halve Eeuw beginselstrijd, secretariaat S.D.A.P.(Amsterdam 1945) 20 Deze voormalige predikant werd de voorman van deze organisatie, die een prominente rol speelde in de Nederlandse arbeidersbeweging voor de schisma's tussen met name de socialisten, anarchisten en communisten.

In die jaren bestond er voor mannen uit de midden- en lage inkomensklassen nog geen kiesrecht. De SDB streefde aanvankelijk vooral naar algemeen kiesrecht. In de jaren 1883 - 1885 werd op Prinsjesdag door partijleden langs de route van de koninklijke stoet gedemonstreerd. Na Prinsjesdag 1885 werd de aandacht verlegd naar de sociale strijd van de vakbeweging.

De bond was in die zin revolutionair dat zij veranderingen in Nederland middels een revolutie wilde bewerkstelligen. Desondanks werd aan verkiezingen deelgenomen en zo kwam Domela Nieuwenhuis in 1888 in de Tweede Kamer.

Na justitieel onderzoek werd de SDB medio 1894 tot verboden organisatie verklaard. Daarna leidde het vraagstuk van de strijdwijze later dat jaar tot een splitsing. In augustus 1894 werd door enkele toonaangevende socialisten de SDAP opgericht die zich tot het parlementarisme bekeerde. In december werd door de vertegenwoordigers van de vroegere SDB-afdelingen een nieuwe organisatie opgericht onder de naam 'Socialistenbond'

Oorsprong SDB De jaren 80 van de negentiende eeuw staan bekend om hun zware tijden voor vele bevolkingsgroepen in de Nederlandse samenleving. Vooral de boerenbevolking, waar een groot deel van de Nederlanders toe behoorde, had in deze periode zwaar te lijden. Het Amerikaanse graan dat vanaf 1878 op grote schaal geïmporteerd werd, betekende de doodsteek voor vele boerenbedrijven.J. Meyers, Domela, een hemel op aarde. Leven en streven van Ferdinand Domela Nieuwenhuis (Amsterdam 1993) 75. Daarnaast begonnen steeds meer Europese naties hun eigen markt te beschermen met protectionistische maatregelen.

Om het hoofd boven water te houden waren de Nederlandse boeren genoodzaakt hun productiemethoden en hun aanbod van landbouwproducten te veranderen. Ze stapten over op veeteelt en bladgewas en maakten gebruik van nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen die de kwaliteit van de producten verbeterden. Daarnaast verenigden veel boeren zich in coöperaties. Ondanks deze maatregelen lukte het een groot aantal boeren niet om een vuist te maken tegen de overweldigende concurrentie uit Amerika en hadden zij als enige keuze hun bedrijf te verkopen en naar de grote steden te trekken in de hoop daar een goede baan te vinden.J. Charité, De Sociaaldemocratische Bond als orde- en gezagsproblemen voor de overheid (1880-1888) (Den Haag 1972) 11-12.

In de steden waren de levensomstandigheden voor de arbeidende klasse, het proletariaat, niet veel beter dan die op het platteland. De economische crisis, die zich vanaf de jaren 80 over het West-Europese continent uitbreidde, bracht de vreselijke gevolgen van langdurige werkloosheid en bittere armoede met zich mee. Werkloos geworden arbeiders waren aangewezen op liefdadigheid van familie, vrienden, de kerk en andere particuliere instanties om te kunnen ontsnappen aan de steeds dichterbij komende hongersnood. Degenen die toch hun werk wisten te behouden moesten zich met een hongerloontje in leven zien te houden. Door de grote stroom van boeren naar de steden werd de arbeidsmarkt alleen maar meer gespannen, waardoor de kans om een baan te krijgen vrijwel nihil werd. Het zou tot ca. 1895 duren voordat de economie weer aan zou trekken.Meyers, Domela, een hemel op aarde, 75-76.

De bittere levensomstandigheden en de hoge werkloosheid werkten als een prima voedingsbodem voor de socialistische bewegingen in Nederland, maar pas begin jaren 80 van de negentiende eeuw zou er sprake zijn van een socialistische partij, de Sociaaldemocratische Bond.Charité, De Sociaaldemocratische Bond als orde- en gezagsproblemen voor de overheid (1880-1888), 18.; Dennis Bos, Waarachtige volksvrienden: de vroege socialistische beweging in Amsterdam, 1848-1894 (Amsterdam 2001) 183. Daarvóór waren de socialisten nog niet vertegenwoordigd in de landelijke politiek en probeerden zij door middel van demonstraties en opstanden verbeterde levensomstandigheden af te dwingen bij het bestuur.

Vanaf de jaren 60 van de negentiende eeuw hebben drie ontwikkelingen ervoor gezorgd dat er een socialistische arbeidersbeweging ontstond, namelijk: de overgang van sociaal-culturele verenigingen naar vakbonden, een sterke sociale wind die waaide binnen de vrijdenkerij en de stichting van de Nederlandse sectie van de Eerste Internationale.Charité, De Sociaaldemocratische Bond als orde- en gezagsproblemen voor de overheid (1880-1888), 18.

In de jaren zeventig werden er diverse vakbonden opgericht die een grote rol zouden spelen in de Nederlandse samenleving. In 1871 werd door de conservatieve christenen en de liberalen het Algemeen Nederlandsch Werklieden Verbond opgericht. Het ANWV was een overkoepelende organisatie van een aantal lokale vakbewegingen en had als doel de toenemende invloed van de Internationale te stuiten.Bos, Waarachtige volksvrienden, 183. Het verbond streefde naar samenwerking tussen werkgever en arbeider en sprak zich uit tegen klassenstrijd en staking. In maart 1876 werd op initiatief van het centraal bestuur van de ANWV de Amsterdamse vakvereniging voor smeden opgericht, De Volharding, met als leider Willem Ansing. Ansing stond bekend als een doorgewinterde en hardnekkige Internationaal die zijn radicale opvattingen niet onder stoelen of banken stak.

Tijdens het kerstcongres van het ANWV in 1876 zou Ansing zich sterk hebben gemaakt voor algemeen stemrecht en de vorming van een 'algemene vereniging' die het mogelijk zou moeten maken dat ook niet georganiseerde vakarbeiders zich bij het ANWV konden aansluiten.Bos, Waarachtige volksvrienden, 166. Veel afgevaardigden op het kerstcongres spraken zich uit tegen het idee van een algemene vereniging, maar ondanks de geringe steun die Ansing had voor zijn plannen, richtte hij op zondag 26 mei 1878 de Gemengde Vereeniging op. Als programma zou de GV het Duitse sociaaldemocratische Programma van Gotha aanvaarden, dat als revisionistisch wordt beschouwd.Bos, Waarachtige volksvrienden, 168.

De oprichters van de GV hadden als wens om van de vereniging een politieke organisatie voor werklieden te maken waar openhartig over staatkunde en godsdienst werd gesproken.Bos, Waarachtige volksvrienden, 167. Het centraal bestuur van de ANWV erkende de GV als afdeling niet, waardoor de werkliedenbeweging besloot haar eigen weg in te slaan. Op zondag 7 juli 1878 werd besloten dat de vereniging als de Sociaaldemocratische Vereeniging (SDV) door het leven zou gaan. Men streefde naar vertegenwoordigingen in de grote steden Amsterdam, Den Haag, Haarlem en Rotterdam.

In 1881 sloten de lokale partijen de handen ineen en was de "Sociaaldemocratische Bond" geboren.Charité, De Sociaaldemocratische Bond als orde- en gezagsproblemen voor de overheid (1880-1888), 20.

De SDB vanaf 1881 In eerste instantie was de SDB nauw betrokken bij de strijd voor algemeen kiesrecht, ze was lid van de Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht.

In 1882 wordt Domela Nieuwenhuis gekozen tot algemeen secretaris van de SDB. Hij zou dit tot 1887 blijven. De bond publiceerde het blad Recht voor Allen, waarvan Domela Nieuwenhuis de redactie voerde.

Na 1885 radicaliseerde de SDB, zij koos ervoor meer buitenparlementair veranderingen te bewerkstelligen. De socialistische revolutie werd steeds duidelijker als doel geformuleerd, het parlementaire werk werd te beperkt geacht, het leverde met al de compromissen nooit op wat men wilde. Al op 13 januari 1884 werd het verenigingsgebouw Walhalla van de SDB te Den Haag officieel in gebruik genomen. Dit gebouw dat in de Westerbaanstraat stond, kreeg al snel de bijnaam De Roode Burcht. Er konden ongeveer duizend personen vergaderen en werd tot 1890 als het centrum van de Haagse arbeidersbeweging gezien, de Haagse afdeling van de Sociaal-Democratische Bond die landelijk veel invloed had. Behalve vergaderd werden er ook cursussen gehouden en werden er demonstraties voorbereid, bijvoorbeeld voor uitbreiding van het kiesrecht. In dit actiecentrum werden niet alleen pamfletten gevouwen, maar ook wapenstokken uitgedeeld en oefeningen in het revolverschieten gehouden. Bij dreigende demonstraties werd de cavalerie in omliggende straten van het Zeeheldenkwartier gestationeerd. Toen Domela Nieuwenhuis in 1888 na een jaar gevangenschap wegens vermeende majesteitsschennis vrij kwam, werd hij enthousiast ontvangen in Walhalla, waar hij al een vaak geziene spreker was geweest.

De in 1890 tot 2e secretaris van de Centrale Raad van de Sociaaldemocratische Bond gekozen Jan-George Gestman die tevens drukker/letterzetter van Recht voor Allen was in drukkerij Excelsior, die zich naast de vergaderruimte “Walhalla” bevond, deed veel stof opwaaien toen hij in Recht voor Allen (20-05-1892) pleitte voor afschaffing van het privébezit en enkele maanden later (19-10-1892) opnieuw van zich liet horen om “te verhinderen dat men het revolutionaire socialisme omhangt met een possibilistisch manteltje”. In deze en andere artikelen legde Gestman de “twee gezichten van het socialisme” aan de lezer uit, wat hem op boze ingezonden brieven kwam te staan (Recht voor Allen 26-10-1892). Met name het gebruik van “parlementariër als scheldwoord” werd hem niet als dank afgenomen. Maar Gestman had ook medestander. Wat betreft het afschaffen van het parlementarisme, werden Luitjes, Pieterson en Bennink genoemd die hun tegenstanders als “schurken” betitelden. In Recht voor Allen van kwam een roep naar eenheid, met een congres te Zurich in aantocht. Er werd aangedrongen op een vergelijk tussen Luijtjes, Gestman, Pieterson en Bennink aan de ene kant en Vliegen, Rot en Van der Zwaag aan de andere kant. (Recht voor Allen 19-07-1893)

Bij elke verkiezing stond de deelname weer ter discussie, zelfs nog na het verbod van de SDB in 1893. Het verbod in 1893 was gebaseerd op het door de rechter geconstateerde propageren van onwettige middelen om haar doel te bereiken. De veroordeling van het aanzetten tot revolutie leidde in december 1894 tot de opheffing van de SDB, of beter, tot het veranderen van de naam van SDB in Socialistenbond.